Home
Bible
Old Testament
New Testament
Christianity
Bible Studies

Bible study 8 Nephilim

Table of Content

Eén man tegen de hele wereld

Genesis 10:21-25….

In de dagen van Peleg verdeelde God de wereldbevolking in 70 naties en en verdeelde Hij ook het land fysiek in continenten. Tot en met Babel was er 1 continent, Pangea. Daarna dreef God de continenten uit een.

Na de rebellie van Nimrod verdeelde God de wereld in 70 volken en zo werd Nimrods nageslacht over de hele wereld verspreid. In Babel wilden zij voor zich “een naam” maken (Genesis 11:4)

Ondertussen was Sem de drager van de Messiaanse bloedlijn. Maar Sem was de echte “naamdrager”, want zijn naam betekent “De Naam” (= Hebr: Hasjem).

Niet alleen verdeelde God de volken, ook de aarde werd verdeeld en zo ontstonden de huidige continenten (Genesis 10:25). 

Tenslotte veranderde God ook de engelenwereld. God gaf de duivel een numeriek voordeel door hem de controle te geven over de 70 volken die later de heidenwereld genoemd zou worden. Maar Hij zou zijn eigen volk uitkiezen om de heilige bloedlijn van de Messias veilig te stellen en zo redding te bewerken voor de mensheid.

Deut 32:8-9

8 Toen de Allerhoogste aan de volken het erfelijk bezit uitdeelde,
toen Hij Adams kinderen van elkaar scheidde,
heeft Hij het grondgebied van de volken vastgesteld
overeenkomstig het aantal Israëlieten. (
Septuagint grondtekst: “het aantal zonen van God” ofwel gevallen engelen).
9 Want het deel van de HEERE is Zijn volk,
Jakob is het gebied dat Zijn eigendom is.

Deut 4:19

19 Wees ervoor op uw hoede dat u uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren ziet, heel het leger aan de hemel, en u laat verleiden om u voor hen neer te buigen en hen te dienen. De HEERE, uw God, heeft hen aan al de volken onder de hele hemel toebedeeld,
20 maar ú heeft de HEERE genomen en uit de ijzeroven, uit Egypte geleid, om voor Hem tot een erfvolk te zijn, zoals het op deze dag is.

Na Nimrod werden de 70 volken dus verdeeld conform het aantal engelen van God. God gaf de volken aan de “zonen Gods”. God gaf een selecte groep van engelen het recht heerschappij te voeren over de volken. God echter zou voor zichzelf een eigen volk creëren, uit één enkele man, Abraham.

Hiermee werd het strijdtoneel verplaatst, naar één man:

Genesis 12:1-3

1 De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.
Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot makenen u zult tot een zegen zijn.
3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

Abraham, een trouw gelovige, werd dus uitgekozen om de vader van het nieuwe volk te zijn. Hij was een afstammeling van Adam – Henoch – Noach – en Sem: de zuivere bloedlijn van de Messias.

Zo zie je dat de genealogie in de Bijbel de bloedlijn van de Messias laat zien. In Mattheus 1 gaat deze bleodlijn vanaf Abraham.

In Deuteronomium 32 spreekt God van Zijn deel van de mensheid, Israël, door wie de mensheid gered zou worden van de vloek van de zonde en van de misleiding door satan en zijn gevallen engelen.

God zou dan ieder mens laten kiezen voor zijn eigen geestelijke toekomst. De heidenvolken zouden hun vertrouwen op de occulte praktijken en op religies (die door de Nephilim waren geintroduceerd) stellen, terwijl Israël het licht van Gods Woord zou aanbieden aan ongelovigen en hen redden van Satans duivels plan hen te misleiden en hen af te brengen van het geloof in de enige ware God.

De gevallen engelen die heerschappij hebben over de volken, zullen veroordeeld worden. Kijk eens naar Psalm 82:

1 Een psalm van Asaf.
God staat in de vergadering van God,
Hij oordeelt te midden van de goden:
2 Hoelang zult u onrechtvaardig oordelen
en de goddelozen bevoordelen? 
3 Doe recht aan de geringe en de wees,
bewijs de ellendige en de arme gerechtigheid.
4 Bevrijd de geringe en de arme,
ontruk hem aan de hand van de goddelozen.
5 Zij weten niets en begrijpen niets,
zij wandelen steeds in de duisternis rond;
daarom wankelen alle fundamenten van de aarde.
6 Ík heb wel gezegd: U bent goden,
u bent allen zonen van de Allerhoogste;
7 toch zult u sterven als een mens,
zoals iedere andere vorst zult u vallen.
8 Sta op, o God, oordeel de aarde,
want Ú bezit alle volken.

De “goden” die hier genoemd worden zijn de gevallen engelen die heerschappij voeren over de volken. Met hun heerschappij proberen zij de mensen van elk volk te beinvloeden op één na, Israël, Gods volk.

Dit staat duidelijk in Daniël 10:

5 Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man, gekleed in linnen, Zijn heupen omgord met het fijne goud uit Ufaz.
6 Zijn lichaam was als turkoois, Zijn gezicht als het uiterlijk van de bliksem, Zijn ogen als vuurfakkels, Zijn armen en Zijn voeten als de glans van gepolijst koper en het geluid van Zijn woorden als het geluid van een menigte.

11 Hij zei tegen mij: Daniël, zeer gewenste man, let op de woorden die ik tot u spreken zal en ga staan waar u stond, want nú ben ik tot u gezonden. Toen hij dat woord tot mij sprak, ging ik bevend staan.
12 Toen zei hij tegen mij: Wees niet bevreesd, Daniël, want vanaf de eerste dag dat u zich er met heel uw hart op toelegde om inzicht te krijgen en om u te verootmoedigen voor het aangezicht van uw God, zijn uw woorden gehoord, en omwille van uw woorden ben ik gekomen.
13 De vorst van het koninkrijk Perzië stond eenentwintig dagen tegenover mij, maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam om mij te helpen toen ik daar achterbleef bij de koningen van Perzië.
14 Ik ben gekomen om u inzicht te laten krijgen in wat uw volk in later tijd zal overkomen, want er is nog een visioen voor die dagen.

20 Toen zei hij: Weet u waarom ik naar u toe ben gekomen? Nu zal ik terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden. En zodra ik vertrokken ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen.
21 Ik zal u echter vertellen wat is opgetekend in het boek van de waarheid – al maakt niet één zich met mij sterk tegen hen, behalve uw vorst Michaël.

De “prins van Perzie” weerhield de engel die naar Daniël wilde gaan, later ook de “prins van Griekenland”. Maar Michael, de”prins van Israël” (zie vs 21: uw vorst) hielp de engel zijn doel te bereiken.

(Let op: Perzie is het huidige Iran en zowel Griekenland als Perzië hebben een eigen taal, Farsi en Grieks, itt de landen in de regio die Arabisch of Turks spreken).

Conclusie: hemelse wezens (gevallen engelen) zijn blijkbaar verbonden aan volken en hebben direkt invloed op de omgeving van mensen. 

Om Zijn eigen volk te maken riep God Abraham uit Ur der Chaldeeën, dezelfde streek waar Nimrod zijn rebellie tegen God begon, en stuurde hem naar het land Kanaän. Satan was hiervan op de hoogte en migreerde de nephilim volken naar dit land.

In het boek van de Jubileeën kun je lezen dat Kanaän tegen de wil van zijn broers Cush, Mizraïm en Put weigerde om naar het continent Afrika te gaan dat God hem gewezen had en onrechtmatig bezit nam van een gebied dat toebehoorde aan Sem, de broer van Cham, de vader van Kanaän, namelijk het land wat later Kanaän genoemd zou worden.

Er was nu een nieuwe situatie ontstaan: de bloedlijn van de Messias rustte nu op de schouders van één man, Abraham.  Hij werd het doel waar satan zijn pijlen op zou richten.

Genesis 12: 5-7

5 Abram nu nam Sarai, zijn vrouw, en Lot, de zoon van zijn broer, en al hun bezittingen die ze verworven hadden, en de mensen die zij in Haran verkregen hadden; en zij gingen weg om naar het land Kanaän te gaan; en zij kwamen in het land Kanaän.
6 En Abram trok door dat land heen tot aan de heilige plaats bij Sichem, tot de eik van More. De Kanaänieten woonden toen in dat land.
7 Toen verscheen de HEERE aan Abram en zei: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij daar een altaar voor de HEERE, Die hem verschenen was.

Jezus zei in Lucas 10: 3 Ga heen, zie, Ik zend u als lammeren te midden van de wolven. 

God sprak tot Abraham en Abraham ging naar Kanaän om te leven onder de reuzen van na de zondvloed en rebellerende religie. Hij demonstreerde zijn geloof en bouwde daar een altaar = hij plantte daar een vlag van zijn God in vijandelijk gebied. 

Satan valt Abraham aan en probeert zijn huwelijk te ruineren. Abraham vertrouwt vervolgens niet op God maar neemt een eigen initiatief toen er hongersnood kwam en vertrok naar Egypte. Daar loog hij tegen de Pharao dat Sarai zijn zuster was en ternauwernood, door ingrijpen van God, wist Sarai uit de handen van de Pharao te blijven. (Genesis 12:11-20).

Opnieuw zie je dat God onmiddellijk ingrijpt wanneer de bloedlijn van de Messias in gevaar komt. Hij houdt Zijn oog gericht op de redding van de mensheid!

Tot slot Genesis 13: ook hier probeert satan het getuigenis van Abraham (en Lot) te ruïneren door hen met een ruzie te belagen:

7 Er ontstond dan ook onenigheid tussen de herders van het vee van Abram en de herders van het vee van Lot. Bovendien woonden in die tijd de Kanaänieten en de Ferezieten in dat land. (in andere vertalingen staat dat de Perizzieten hun goden in het land aanbaden!) 8 En Abram zei tegen Lot: Laat er toch geen onenigheid zijn tussen mij en jou, en tussen mijn herders en jouw herders. Wij zijn immers mannen die broeders zijn!
9 Ligt heel het land niet voor je open? Scheid je toch van mij af: als jij naar links gaat, dan zal ik naar rechts gaan, en als jij naar rechts gaat, dan zal ik naar links gaan.
10 En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was; voordat de HEERE Sodom en Gomorra te gronde gericht had, was zij in de richting van Zoar als de hof van de HEERE, als het land Egypte.
11 Daarom koos Lot voor zichzelf heel de Jordaanvlakte en Lot trok naar het oosten; en zij werden van elkaar gescheiden.
12 Abram woonde in het land Kanaän; en Lot woonde in de steden in de vlakte en zette zijn tenten op tot bij Sodom.
13 De mannen van Sodom waren echter slecht en grote zondaars tegenover de HEERE.

Het land van Sodom en Gomorra had er dus uitgezien als het Paradijs, de hof van Eden! Moet je nu eens kijken, de Dode Zee!

Opnieuw komt Abraham te wonen in een gebied dat bewoont wordt door de Nephilim (het gebied van Hebron) en wat doet hij: hij plant opnieuw een vlag (bouwde een altaar) voor Zijn God om te laten zien dat God aanwezig was en uiteindelijk overwinnaar zou zijn door middel van de drager van de bloedlijn van de Messias, Abraham.

Genesis 13:18…. 18 En Abram zette zijn tenten op en ging bij de eiken van Mamre wonen, die bij Hebron zijn, en hij bouwde daar een altaar voor de HEERE.

Abraham kreeg de belofte dat zijn “zaad” ontelbaar zou worden en het hele land Kanaän zou bevolken.